De geschiedenis van de tram

 

Op 1 januari 1900 neemt de gemeente Amsterdam de 'Amsterdamse Omnibus Maatschappij' over. Dit particuliere bedrijf had vanaf 1875 de paardentram in Amsterdam geëxploiteerd. Ten tijde van de overname zijn zestien paardentramlijnen in bedrijf. Zie hiervoor het kaartje Tramnet 1900.
Vervolgens worden in korte tijd alle paardentramlijnen opgeheven en vervangen door elektrische tramlijnen. De laatste paardentramlijn verdwijnt overigens pas in 1916. In 1904 krijgen alle tramlijnen nummers en kleuren. Voor een uitleg van het systeem wordt verwezen naar de pagina De lijnkleuren van de tramlijnen.

In de loop der jaren groeit het tramlijnennet mee met de uitbreidingen van de stad, eerst in westelijke richting en later in zuidelijke richting. Zie hiervoor het kaartje Tramnet 1918.
Na een kortstondige en mislukte proef in 1908 begint de exploitatie van bussen in 1922 opnieuw. De buslijnen krijgen geen nummers maar letters. In 1928 organiseert Amsterdam de Olympische Spelen. Dit heeft natuurlijk de nodige consequenties voor de tram- en buslijnen. Zie hiervoor het kaartje Tram- en busnet 1928.

In 1931 bereikt het net zijn grootste exploitatieomvang. Het bestaat dan uit 25 tramlijnen en enkele buslijnen. Zie hiervoor het kaartje Tramnet 1931.
Onder invloed van de economische crisis werd in 1932 het tramnet belangrijk ingekrompen door de opheffing van de lijnen 12, 15, 20 en 21. In de jaren daarna werd het tramnet weer enigszins op peil gebracht. Zie hiervoor het kaartje Tram- en busnet 1938.
Tramlijn 19 wordt in 1938 vervangen door buslijn 19. Dit is opmerkelijk omdat in die tijd buslijnen van letters waren voorzien in plaats van nummers.

In 1940 breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Als gevolg van de oorlogshandelingen worden in 1942 de lijnen 4, 6, 8 en 14 tijdelijk opgeheven. Vanaf 9 oktober 1944 rijden er helemaal geen trams en bussen meer doordat de levering van elektriciteit wordt gestaakt. Na de bevrijding komt het openbaar vervoer weer langzaam op gang. Lijn 8 keert definitief niet meer terug. Lijn 6 en 23 worden van 1945 tot 1958 alleen nog ingezet bij wedstrijden in het Olympisch Stadion. Lijn 22 gaat weer rijden, maar dan als buslijn (die in 1951 wordt vernummerd in de legendarische lijn K.
Lijn 12 keert weer terug als vervanging van een deel van lijn 5. Er verschijnt zelfs een nieuwe tramlijn 26, maar deze wordt in 1948 al weer opgeheven.
In 1948 verschijnt de tijdelijke tramlijn S op de oude route van lijn 25. In 1949 wordt deze lijn weer opgeheven na terugkeer van buslijn E.

In de vijftiger en zestiger jaren loopt de belangstelling voor de tram als vervoermiddel terug. Door de toenemende welvaart beschikken steeds meer Amsterdammers over een eigen auto. Het verkeer loopt daardoor in de spitsen telkens vast. Het tramverkeer heeft daar de nodige hinder van. De tramlijnen 18, 11, 12, 17 en 5 worden in de periode tussen 1951 en 1965 vervangen door buslijnen.
Toch vinden er ook uitbreidingen van het tramnet plaats. In 1954 wordt tramlijn 13 verlengd van het Bos en Lommerplein naar Slotermeer, één van de eerste nieuwe, westelijke tuinsteden in aanbouw. In 1962 wordt tramlijn 17 verlengd van het Surinameplein naar Osdorp. De oude lijn 17 wordt vernummerd in de nieuwe (spits)lijn 27. Zie hiervoor het kaartje Tramnet 1970.

Tot aan het begin van de zeventiger jaren gebeurt er weinig met het tramnet. Amsterdam groeit wederom in westelijke en zuidelijke richting aanzienlijk. Ook in Amsterdam Noord zijn uitgebreide nieuwbouwlocaties. Amsterdam Zuidoost is de grote uitbreiding van de jaren zeventig met de bouw van de Bijlmermeer, Gaasperdam en Gein. Bovendien is voorzien dat in dit deel van Amsterdam een enorme concentratie van bedrijven en kantoren zal gaan komen. De tram wordt inmiddels als verouderd beschouwd, ondanks de in dienststelling van het nieuwe, gelede materieel in 1957.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam stellen in de zestiger jaren al voor om een gedeeltelijk ondergronds metronet aan te leggen en het tramnet langzaam af te bouwen. In 1968 neemt de gemeenteraad van Amsterdam het principebesluit tot aanleg van een metronet, te beginnen met de Oostlijn naar Amsterdam Zuidoost. Begin jaren zeventig wordt duidelijk dat de bouw van een compleet metronet wel eens lang zou kunnen gaan duren. Het GVB publiceert in 1969 de nota 'Lijnen voor morgen', waarin gepleit wordt voor een reorganisatie van het tramnet, in afwachting van de metro. Een belangrijk onderdeel van dit plan is de aanleg van vrije trambanen en voorrangsregelingen voor de tram bij stoplichten. De gemeenteraad gaat akkoord met de voorstellen.
Als gevolg hiervan wordt in 1971 een nieuwe tramlijn 1 in dienst gesteld van het Centraal Station naar Osdorp via de Leidsestraat en de Overtoom. De nieuwe lijn 1 is een rechtgetrokken combinatie van de oude lijnen 1 en 17 en zoveel als mogelijk op een geheel vrije baan. Deze nieuwe lijn heeft de nodige consequenties. Lijn 27 wordt weer opgeheven. Lijn 17 eindigt weer op het Surinameplein. Lijn 16 gaat naar het oude eindpunt van lijn 1 op het Stadionplein. Het GVB krijgt tegelijkertijd een nieuwe huisstijl van geel en grijs én een nieuw logo (dat eigenlijk was ontworpen voor de metro).

 

In de jaren daarna verlengt het GVB diverse tramlijnen:

- lijn 13 in 1974 van Slotermeer naar Geuzenveld;
- lijn 2 in 1975 van Hoofddorpplein naar Slotervaart;
- lijn 3 in 1980 van Station Muiderpoort naar Flevopark;
- lijn 4 in 1981 van Europaplein naar Station RAI;
- lijn 12 in 1982 van Frederik Hendrikplantsoen naar het oude Station Sloterdijk;
- lijn 12 in 1985 van het oude naar het nieuwe Station Sloterdijk;
- lijn 17 in 1988 van Surinameplein naar Osdorpplein;
- lijn 14 in 1989 van Station Sloterdijk naar Flevopark;
- lijn 9 in 1990 van Watergraafsmeer naar Diemen;
- lijn 5 in 1990 van Station Zuid naar Amstelveen Binnenhof;
- lijn 2 in 1991 van Slotervaart naar Nieuw-Sloten;
- lijn 1 in 2001 van Dijkgraafplein naar Osdorp De Aker;
- lijn 17 in 2001 van Osdorpplein naar Dijkgraafplein;
- lijn 10 in 2003 van Javaplein naar Azartplein in het Oostelijk Havengebied;
- lijn 16 in 2003 van Stadionplein naar VU Medisch Centrum;
- lijn 6 in 2004 van Stadionplein naar VU Medisch Centrum;
- lijn 51 in 2004 van Amstelveen Middenhoven naar Amstelveen Westwijk;
- lijn 7 in 2004 van Bos en Lommerplein naar Slotermeer;
- lijn 16 in 2005 van Centraal Station naar Passenger Terminal (PTA);
- lijn 25 in 2006 van Centraal Station naar Passenger Terminal (PTA);
- lijn 24 in 2006 van Stadionplein naar VU Medisch Centrum.

 

Ook neemt het GVB opnieuw tramlijnen in gebruik:

- lijn 6 in 1977 van Plantage Parklaan naar Stadionplein;
- lijn 12 in 1977 van Frederik Hendrikplantsoen naar Station Amstel;
- lijn 5 in 1978 van Centraal Station naar Station Zuid;
- lijn 14 in 1982 van Station Sloterdijk naar Flevopark via de Dam;
- lijn 11 in 1993 van Centraal Station naar Surinameplein;
- lijn 20 in 1995 als Circle Tram in de binnenstad;
- lijn 11 in 2000 van Centraal Station naar Europaplein bij evenementen in de RAI.

 

Vanaf het begin van de jaren negentig neemt het GVB geheel nieuwe (snel)tramlijnen in gebruik:

- lijn 51 in 1990 van Centraal Station naar Amstelveen Middenhoven;
- lijn 50 in 1997 van Isolatorweg naar Gein (dit werd uiteindelijk een metrolijn);
- lijn 26 in 2005 van Centraal Station naar IJburg.

 

En soms worden lijnen ingekort:

- lijn 3 in 1991 van Flevopark naar Station Muiderpoort;
- lijn 16 in 2006 van Passenger Terminal (PTA) naar Centraal Station.

 

Of zelfs opgeheven:

- lijn 11 in 1996;
- lijn 20 in 2002;
- lijn 6 in 2006.